Al noem je me Jan L..

ambulance2

Al noem je me Jan L..

Nadat onze huisarts, op pumps met stilettohakken, een helling richting ons zomerverblijf afgewankeld was kon ze mijn plotseling opkomende hevige buikpijn bekijken.Ze was zo klaar. Ze dacht aan een blindedarmontsteking en een ziekenhuisopname was onvermijdelijk. Ze belde het ziekenhuis door dat zij een patiënt van haar Monsieur Mulder, John zou laten vervoeren. De ambulance stond binnen 10 minuten voor de deur. Er wordt wel eens gezegd dat een brandweerman vooral van vuur houdt en dat het blussen van brand en het redden van mensen eigenlijk op de tweede plaats komt. Dit schoot me als vergelijking te binnen, toen ik in de ambulance lag. Voor deze Ambulanciers was het vervoeren van zieke mensen secundair. Waar het hun echt om ging was het lekker hard kunnen scheuren. Op onoverzichtelijke kruispunten, waar je normaliter afremt, zetten zij de sirene aan en gaven nog even lekker gas bij. Hoe ellendig ik me ook voelde, ik voelde het genot van de chauffeur door de glazen afscheiding heen stralen. Hotsend en botsend denderden we verder richting Alès. Met alle kracht die ik nog in me had, hield ik me aan de brancard vast hopend dat het snel voorbij zou zijn.
Nadat ik net in het Ziekenhuis was aangekomen, kwam een man die blijkbaar de inschrijving verzorgde met een verhit hoofd op mij af. De typisch Nederlandse paniekgedachte kwam nog op: “hij gaat me toch niet vertellen dat er geen plaats is en ik weer de ambulance in moet”. Maar nee, het was iets anders.“C’est pas vous” zei de man met een verstoorde, vragende blik. Hij wees op mijn inmiddels geliefde Carte Vitale met mijn verfransde doopnaam Mulder, Jolannes en de telefoonnotitie van het gesprek met de huisarts waar met grote letters Mulder, John op stond. Oui, oui c’est moi zei ik met een vermoeide stem, die hem blijkbaar direct overtuigde. Toen hij weer wegliep zuchtte ik nog met mijn tweede adem: man, al schrijf je me in als Jan Lul, als je me maar opneemt.

Contact